Werk je weleens voor minder dan 38 euro per uur? Dan verandert er dit najaar iets fundamenteels in je positie. De Eerste Kamer nam op 16 juni 2026 de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief aan, en de publicatie in het Staatsblad moet uiterlijk 31 augustus 2026 rond zijn. Dat is over een week. Voor zzp'ers met een laag tarief draait deze wet iets fundamenteels om: niet jij, maar je opdrachtgever moet straks bewijzen dat je écht zelfstandig bent.
Wat het rechtsvermoeden precies inhoudt
Tot nu toe moest een zzp'er die twijfelde over zijn arbeidsrelatie zelf aantonen dat er eigenlijk sprake was van een dienstverband. Dat kostte tijd, geld en een lange adem, en de meeste zelfstandigen begonnen er niet eens aan. Het rechtsvermoeden draait die bewijslast om. Verdien je minder dan 38 euro per uur (peildatum 1 januari 2026), dan gaat de wet ervan uit dat je in loondienst werkt, tenzij je opdrachtgever het tegendeel aantoont.
Dat klinkt zwaarder dan het is. Werken onder de 38 euro blijft gewoon toegestaan. Het is geen minimumtarief en een lager uurtarief leidt niet automatisch tot loondienst. Wat er wel verandert: als jij of je opdrachtgever een conflict krijgt over de aard van de samenwerking, ligt het initiatief nu bij de opdrachtgever om te bewijzen dat de relatie echt bij een zzp-constructie past. Volgens cijfers van het ministerie van SZW werkt ongeveer 15 procent van alle zzp'ers, zo'n 150.000 mensen, momenteel onder die grens.
Waarom die 38 euro zo'n rare grens lijkt
In de wettekst zelf staat trouwens geen 38 euro, maar 36 euro: het prijspeil van 2025 waarmee het oorspronkelijke voorstel in juli 2025 werd ingediend. Na indexering met het minimumloon van 2026 komt het feitelijk toepasselijke tarief uit op 37,07 euro, naar boven afgerond 38 euro. Het exacte bedrag moet nog bij ministeriële regeling worden vastgesteld, en die regeling was er half augustus nog niet. Reken dus niet blind op een los getal, maar op "ergens rond de 38 euro" totdat de regeling definitief is.
Verwar deze wet ook niet met de VBAR, die eerder dit jaar grotendeels van tafel ging. Het rechtsvermoeden is wat overbleef nadat het kabinet het verduidelijkingsdeel van die wet schrapte. Waar de VBAR probeerde te definiëren wanneer iemand zelfstandig is, pakt deze nieuwe wet specifiek de laagbetaalde kant van de markt aan.
Wat je nu al kunt checken
Reken uit hoeveel je feitelijk per uur overhoudt, niet alleen je factuurtarief. Trek voorbereidingstijd, reistijd, administratie en eventuele no-show-uren van klanten eraf. Veel zzp'ers ontdekken dat hun werkelijke uurtarief flink lager ligt dan het bedrag op de factuur, zeker bij vaste maandopdrachten of terugkerende klussen tegen een vast bedrag.
Kijk ook naar de aard van je samenwerking, niet alleen het tarief. Werk je op vaste tijden, gebruik je de apparatuur van de opdrachtgever, heb je een vaste plek op kantoor en kun je jezelf niet laten vervangen? Dan tellen die signalen mee, los van wat je verdient. De KVK zet de belangrijkste toetsingscriteria op een rij en die lijst is een goed startpunt om je eigen situatie tegen af te zetten.
Wat opdrachtgevers waarschijnlijk gaan doen
Verwacht dat opdrachtgevers voorzichtiger worden met laagbetaalde opdrachten. Niet omdat 38 euro per uur nu verplicht is, maar omdat het bewijsrisico bij hen komt te liggen. Sommige bedrijven zullen tarieven verhogen om boven de grens te blijven, andere kiezen ervoor om structurele klussen onder die grens gewoon als loondienst aan te bieden. Voor zzp'ers die net onder de 38 euro zitten, is dit dus het moment om je tarief te herzien, niet pas nadat een opdrachtgever de samenwerking al heeft stopgezet.
Dit sluit ook aan bij de bredere trend van strengere controle op schijnzelfstandigheid die de Belastingdienst dit jaar al is gestart. Waar die handhaving zich vooral op de opdrachtgever richt, geeft het rechtsvermoeden de zzp'er zelf een extra instrument om een oneerlijke situatie aan te vechten.
Hoe dit samenhangt met je dalende belastingvoordeel
Voor wie toch al aan het rekenen is: dit voorjaar zakte de zelfstandigenaftrek al naar 1.200 euro, met een verdere daling naar 900 euro in 2027 in het vooruitzicht. Een laag uurtarief combineren met een steeds kleiner belastingvoordeel maakt het rekenwerk voor 2026 en 2027 grimmiger dan de meeste zzp'ers beseffen. In ons artikel over de gekrompen zelfstandigenaftrek staat hoe je die schade beperkt, en die berekening wordt nu extra relevant als je ook nog eens onder de 38 euro-grens zit.
De exacte ingangsdatum van het rechtsvermoeden blijft overigens onzeker. Meerdere bronnen noemden eerder 1 juli 2026 als streefdatum, maar die datum is verstreken zonder dat de wet daadwerkelijk inging. Vaststaat alleen dat de publicatie in het Staatsblad uiterlijk 31 augustus rond moet zijn. De precieze datum waarop de wet ook echt gaat gelden, volgt bij koninklijk besluit. Voor de laatste stand van zaken is de wetsvoorstelpagina van de Eerste Kamer de betrouwbaarste bron, niet de zoveelste doorgeprikte deadline op een forum.
Dit is wat je deze maand nog kunt doen
Bereken je werkelijke uurtarief inclusief onbetaalde uren, en vergelijk dat met de 38 euro-grens. Zit je eronder, praat dan nu met je opdrachtgevers over een tariefsverhoging in plaats van te wachten tot er discussie ontstaat over je zelfstandigheid. Leg je afspraken bovendien goed vast: vrije planning, eigen materiaal, meerdere opdrachtgevers en de mogelijkheid om jezelf te laten vervangen wegen allemaal mee als het ooit tot een geschil komt. De wet verandert niets aan hoe je werkt, maar wel aan wie straks het bewijs moet leveren als iemand daaraan twijfelt.