Op Prinsjesdag, 15 september 2026, presenteerde het kabinet het Belastingplan 2027. Tussen de tientallen cijfers zat één maatregel die je makkelijk mist als je geen fiscalist aan de keukentafel hebt: de meewerkaftrek verdwijnt bijna helemaal. Heeft je partner een handje in de zaak zonder daar loon voor te krijgen, dan merk je dit rechtstreeks in je portemonnee.
Wat de meewerkaftrek precies inhoudt
De meewerkaftrek is een aftrekpost voor eenmanszaken en vof's waarbij de partner van de ondernemer meewerkt in de zaak, zonder daar een salaris voor te ontvangen. Denk aan een installateur wiens vrouw de administratie doet, of een fysiotherapeut wiens man de balie bemant op drukke dagen. Hoe meer uren de partner meewerkt, hoe hoger het percentage van de winst dat je mag aftrekken: van 1,25 procent bij 525 tot 875 uur per jaar, tot 4 procent bij meer dan 1750 uur. Voor veel gezinsbedrijven scheelt dat jaarlijks een paar honderd tot een paar duizend euro belasting.
Zo hard wordt de aftrek verlaagd
Vanaf 2027 gaan de percentages in één keer terug naar een kwart van het huidige niveau. De 1,25 procent wordt 0,32 procent, de 2 procent wordt 0,5 procent, de 3 procent wordt 0,75 procent en de 4 procent wordt 1 procent. In 2030 verdwijnt de regeling vervolgens helemaal. Dezelfde wet trekt ook de stakingsaftrek naar beneden, van 3.630 euro nu naar 908 euro vanaf 2027, met dezelfde einddatum in 2030. Voor een gezinsbedrijf waar de partner structureel meedraait, is dit dus geen kleine bijstelling maar het einde van een aftrekpost die al decennia bestaat.
Deze maatregel staat niet op zichzelf. Eerder dit jaar zakte de zelfstandigenaftrek al naar 1.200 euro en verdwijnt straks ook de startersaftrek voor beginnende zzp'ers. Wie als zelfstandige rekent op stapeling van aftrekposten, ziet die stapel dit kabinet keer op keer kleiner worden.
Waarom het kabinet nu ingrijpt
De officiële motivering is een evaluatie waaruit bleek dat de regeling haar doel niet meer dient. In de praktijk gebruiken vooral fiscaal goed geadviseerde ondernemers de meewerkaftrek optimaal, terwijl de opzet ooit bedoeld was als brede tegemoetkoming voor gezinsbedrijven. De opbrengst van de afbouw is bovendien niet vrijblijvend: het kabinet zet dat geld in voor een nieuwe fiscale regeling voor medewerkersparticipaties bij start-ups en scale-ups, zodat werknemers daar makkelijker aandelenopties krijgen. De ene ondernemersgroep betaalt dus, in ruil daarvoor krijgt een andere groep juist een nieuw voordeel.
Wat dit betekent voor jou en je meewerkende partner
Werkt je partner structureel mee zonder salaris, dan is dit het moment om te rekenen in plaats van af te wachten. Een paar richtingen die vaak terugkomen bij een goede boekhouder: je partner alsnog in loondienst nemen tegen een reëel salaris, samen een vof aangaan zodat beide fiscale partners winst genieten, of bewust kiezen om de meewerkaftrek dit jaar en volgend jaar nog maximaal te benutten voordat de percentages kelderen. Welke route het beste past, hangt sterk af van het aantal uren, de winst van de zaak en of je partner ook los inkomen heeft. Ook de aangekondigde Zelfstandigenwet speelt hierin mee: die gaat over de positie van de zzp'er zelf, maar bepaalt indirect ook hoe aantrekkelijk een vof-constructie met je partner blijft.
Een concreet rekenvoorbeeld: bij een winst van 60.000 euro en 1.000 meewerkuren van je partner, geldt nu een aftrek van 2 procent, oftewel 1.200 euro. Vanaf 2027 wordt dat 0,5 procent, dus 300 euro. Op zich geen fortuin, maar tel het op bij de lagere zelfstandigenaftrek en de verdwenen startersaftrek, en het verschil in je jaaraangifte loopt al snel op tot een paar duizend euro.
Dit najaar kun je al concrete stappen zetten, ook al is de wet nog niet definitief:
- Reken uit hoeveel de meewerkaftrek je dit jaar en volgend jaar nog oplevert bij het huidige percentage.
- Bespreek met je boekhouder of een salaris voor je partner fiscaal en praktisch aantrekkelijker wordt dan de aftrek zelf.
- Kijk of een vof, waarbij je partner als medeondernemer meedeelt in de winst, beter past bij het aantal uren dat hij of zij structureel draait.
- Leg nu al vast hoeveel uur je partner meewerkt, want die administratie heb je sowieso nodig zolang de huidige regeling nog loopt.
Een vof aangaan met je partner is overigens geen formaliteit die je er even bij regelt. Je partner wordt dan mede-eigenaar van de onderneming, met eigen aansprakelijkheid en een eigen aangifte inkomstenbelasting. Dat kan fiscaal voordelig uitpakken, zeker als je partner nog geen gebruik maakt van de zelfstandigenaftrek, maar het verandert ook wie er beslist over investeringen en schulden. Onderschat die kant niet als je toch al twijfelt over de toekomst van de meewerkaftrek.
Nog niet definitief, maar rekenen kan nu al
Belangrijk om te weten: dit staat in het Belastingplan 2027 zoals dat op Prinsjesdag is ingediend, niet in een aangenomen wet. De Tweede en Eerste Kamer moeten de voorstellen nog behandelen, en met een minderheidskabinet is niets gegarandeerd. De definitieve besluitvorming volgt doorgaans eind november of begin december. Wil je de volledige stukken zelf doorlezen, dan staan die op de site van de Rijksoverheid.
Toch is wachten tot december geen sterke strategie als je partner nu al meewerkt in de zaak. Bespreek dit najaar met je boekhouder of adviseur welke structuur voor 2027 het beste past bij jullie situatie, zodat je niet in december moet improviseren terwijl de aftrek al bijna weg is.